Leerzame test bosmonitoringstool

Afgelopen maanden was het even stil: we zaten in Zambia voor de aanleg van een watertank en het testen van de eerste versie van de bosmonitoringstool. Hoewel we een paar van de methodes daarin al jaren doen, leverde het boekwerk waarin we ze aanleverden geschrokken gezichten op: wat een werk! We moeten duidelijk aan de slag om de handleiding te versimpelen en verkleinen, en gebruikers meteen duidelijk te maken hoe hun eigen data hen kan helpen meer waarde uit hun bos te halen. 

Wie Kambisa! volgt, weet het misschien nog: afgelopen jaar ontvingen we een gift van BLØF‘s Umoja klimaatfonds om een handboek te maken waarmee bosboeren de waarde van hun bos kunnen documenteren en beschermen. Sindsdien hebben we veel tijd besteed aan de doorontwikkeling van verschillende laagdrempelige monitoringsmethodes die bosgebruikers moet helpen in kaart te brengen wat ze hebben staan, en hoe ze daarmee een eerlijker inkomen kunnen vergaren zonder het bos of de biodiversiteit te beschadigen. Dat doen we in eerste instantie in de bijzondere miombobossen in Zambia, waar veel ‘keuter’boeren een stuk van ongeveer 50 hectare hebben, maar geen middelen om dat te bewateren. Daarom kappen ze om de paar jaar een klein stukje bos om, om daar groentes te verbouwen. Voor hun eigen huishouden, maar meestal ook voor de verkoop.
Bij dat laatste gaat het vaak ‘mis’ (uit oogpunt van het bos): voor deze cashcrops worden meestal snelgroeiende GMO-zaden gebruikt die veel kunstmest nodig hebben, en vaak ook nog de nodige pesticides en herbicides. Omdat ze snel geld opleveren (net als houtskool), is het aantrekkelijk daarvoor zoveel mogelijk grond ‘vrij te maken’, ofwel: te ontbossen. Het levert niet alleen een zekere afzetmarkt, maar ook verarmde gronden, vergiftigd water en zieke consumenten en bosbewoners. 

 

 

biodiversity test MRF March 2026, photo: Klaartje Jaspers
biodiversiteitstest 2026, foto: Klaartje Jaspers

 

 

 

 

meting koolstofopslag in meerstammige boom, foto: Roeli Andrea 2023

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de Minamba Research Farm werken we aan manieren om deze uitputtingsslag te beconcurreren met manieren om geld te verdienen uit vormen van bosbeheer die het bos in diens waarde laten: niet alleen de economische waarde, maar bijvoorbeeld ook de sociale, de culturele en de ecologische. Denk aan producten als honing, paddenstoelen, zaden, thee, adoptiebomen of zelfs kennis – veel van de dingen die je nu in onze webshop vindt. Het is natuurlijk fijn dat wij zulke dingen kunnen verkopen, maar het zou nog veel beter zijn als andere bosboeren dat ook zouden kunnen doen.
De bosmonitoringstool moet ze daarbij helpen: het geeft ze middelen om te testen welke technieken de grond verbeteren of verslechteren, maar bijvoorbeeld ook wat zaken als infiltratiegreppels of bodembedekking met de oogst en de waterhuishouding doen. Vaak gaat het om methodes die hun voorouders nog gebruikten, maar na de komst van de Engelsen in onbruik zijn geraakt en nu niet meer het respect krijgen dat ze verdienen. 

De monitoringstool moet bosgebruikers zelf helpen beoordelen of pesticides van lokale bomen misschien met zo goed (of nog beter) zijn dan die van de chemiereuzen, en te kijken welke groentes het op een mulch van bladeren net zo goed doen als op een kale grond met kunstmest. Door daarbij ook te kijken naar andere elementen zoals investeringskosten of humusopbouw, kunnen mensen beslissingen maken over het beheer van hun bos – op korte termijn, maar vooral ook op lange termijn. Bovendien geeft het ze vervolgens de data om te bewijzen dat hun producten ook echt ‘duurzaam’ zijn. 

Een paar van de testen in de monitoringstool zijn inmiddels welbekend bij de vrijwilligers van voedselbuurtbos GeuzeGroen: het zijn de burgerwetenschappelijke methodes van Voedsel uit het Bos: de jaarlijkse biodiversiteitsmeting van de kruidlaag en de bodemdiertjes, de vijfjaarlijkse methodes om koolstof te meten en de methodes om de samenstelling van de grond te bepalen. Hoewel we ze in Zambia toepassen in een volstrekt andere omgeving met heel andere seizoenen, blijven we de methodes in de basis trouw, in de hoop ooit vergelijkbare data te genereren. 

Toch bleek bij de laatste biodiversiteitsmeting dat de methode die we in Nederland voor de telling van de kruidlaagplantjes gebruiken in Zambia niet echt werkte: onze bosbeheerders kenden wel de planten (en waar je ze voor kan gebruiken), maar vaak niet ‘de’ namen. Verschillende planten blijken dezelfde naam te hebben, en andersom. Wie vaker in de botanische wereld rondstruint, herkent dit soort problemen wel. We hebben ze voorlopig opgelost door van elke plant een kenmerkend blaadje of bloemetje te plukken, en vervolgens te turven hoe vaak dat plantje in ons zoekgebied voorkwam. Nog geen waterproof methode, maar al doende leert men. 

Naast de Voedsel-uit-het-Bos-meetmethodes hebben we inmiddels een heleboel andere tools toegevoegd, en zijn we daar nog niet klaar mee. We wachten bijvoorbeeld nog op een leidraad om te zorgen dat onze test alle benodigde elementen van de aankomende EU Forestry Act dekt, en werken hard aan methodes om alle snelbewegende beesten in kaart te brengen. Wie al een telefoon doneerde, weet dat dat daarvoor is: met een telefoon kan je niet alleen de gps-coordinaten van je perceel vastleggen (zodat we ze met satelietbeelden kunnen vergelijken), maar ook audio- en videoopnames maken. Heel handig als je een uil wel hoort maar niet ziet, of een beest lokaliseert waarvan je de Engelse naam niet zeker weet. Of om uberhaupt te bewijzen dat ze er waren.

Je hoort het al, onze monitoringstool heeft veel elementen, en dan noemden we er nog maar een paar. Naast de waterretentietest en de worteltelling, moet er bijvoorbeeld ook een lijst met bedreigde soorten in komen, met manieren om die te beschermen en te vermenigvuldigen. Wie dat, zoals wij, probeert te combineren tot een ‘handige’ meetkalender om aan laaggeletterde bosboeren uit te delen, komt er al snel achter dat 60 pagina’s invulformulieren voor sommige mensen heel intimiderend zijn. Om nog maar niet te spreken van de tijd die het kost om al die data in te vullen, terwijl je nog niet weet wat het je op gaat leveren.   

Komende tijd gaan we dus hard aan het werk om de monitoringstool te versimpelen, te visualiseren en misschien zelfs in een app te zetten. Dat zou een grote onderneming worden, waarvoor we een heleboel telefoons en solar chargers nodig hebben. Plus een site die toegang geeft tot de verzamelde data, en wat je daar zoal mee kan doen. Op lange termijn, maar ook op de korte – zodat deelnemers gelijk baat hebben van hun deelname, we genoeg data verzamelen om betrouwbare uitspraken te kunnen doen, en zij straks op een rendabele schaal kunnen samenwerken.

Ambities genoeg, nu nog de middelen. U hoort nog!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *